Zaaizaad voor akkerpakketten: samenstelling en monitoring

De pakketten 15 (Wintervoedselakker), 18 (Kruidenrijke akker) en 19 (Kruidenrijke akkerrand en Patrijzenrand) worden in het werkgebied van Collectief Rivierenland vooral toegepast in de leefgebieden ‘droge’ en in mindere mate ook de ‘natte’ dooradering.

Doelsoorten

Doelsoorten die profiteren van de akkerpakketten zijn in de eerste plaats zaadetende vogels. zoals een patrijs. Ook soorten die jagen op kleine zoogdieren, zoals de kerkuil profiteren van de kruidenrijke akkers en – randen. In deze randen vinden andere dieren, bijvoorbeeld rugstreeppadden dekking en overwinteringsmogelijkheden. Vooral in de winter is het voedsel belangrijk. Andere doelsoorten zijn insecten, waaronder vlinders en wilde bijen. Dit zijn vaak ook bestrijders van plaaginsecten. Als er veel insecten voorkomen in het gewas trekt dit ook weer insectenetende vogels, zoals patrijs en veldleeuwerik in de broedtijd, en andere dieren aan.

Inheemse bloemenmengsels voor insecten

De laatste jaren worden daarom ook inheemse bloemenmengsels mee gezaaid op de kruidenrijke akkers en akkerranden. Dit wordt gedaan om ook insecten te laten profiteren van de akker- en patrijzenmengsels. Zoals iedereen weet gaat het slecht met insecten: ongeveer 75% van de biomassa daarvan is verdwenen en vele soorten staan op de rode lijst van bedreigde diersoorten. We zaaien daarom inheemse, autochtone meerjarige kruiden en akkerkruiden in, omdat die het best aangepast zijn aan klimaat en bodem in ons land. Deze sluiten bovendien goed aan bij de levenscyclus van de andere doelsoorten.

Verder is het mengsel zo samengesteld dat we ook nog voldoen aan andere doelen:

  • het ziet er mooi en aantrekkelijk uit
  • biologische bestrijding van plaaginsecten
  • bestuiving van gewassen
  • vasthouden van nutriënten
  • voorkomen van afspoeling gewasbeschermingsmiddelen

Monitoring

Dit jaar is bovendien geëxperimenteerd met een mengsel dat meer dan één jaar kan blijven staan. We gaan monitoren wat de hergroei is van het gewas in het tweede jaar en welke soorten daarvan profiteren. Twee jaar laten staan is ook goed voor de insecten, die vaak in de akkerranden overwinteren, maar omgeploegd worden voordat ze kunnen uitvliegen in het voorjaar. Zo ontstaat een ecologische val: ze worden naar de akkerrand gelokt als overwinteringsplaats, maar worden juist daar in het voorjaar gedood. Daarnaast is het ook aanzienlijk goedkoper om twee jaar met een ingezaaid gewas te kunnen doen.

Theorie is mooi, maar moet wel kloppen met de praktijk. Dat gaan we onderzoeken. Op een aantal terreinen met akkerpakketten gaan we bijhouden wat er gebeurt en hoe het gewas groeit. Ook proberen we inzicht te krijgen op de functies die het vervult voor onze doelsoorten, maar ook op de andere functies.

Op de onderzoekslocaties, die verspreid liggen door het gebied van Collectief Rivierenland, proberen we meer inzicht te krijgen op het effect van de bewerkingen die gedaan zijn:

  • Vals zaaibed aangelegd? Wanneer?
  • Inzaaidatum? Machinaal? Alles in één keer gezaaid of kruiden apart?
  • Onkruidbewerking?
  • Andere bijzonderheden?

In ruil voor deelname aan de monitoring krijgen de betreffende deelnemers een directe terugkoppeling van de resultaten van het akkerpakket.