Waardmanschap in de Hurwenense uiterwaard

Begin mei zijn we op bezoek in de Hurwenense uiterwaard, aan de zuidoever van de Waal tussen het dorp Hurwenen en de brug bij Zaltbommel. In natuurgebied Kil van Hurwenen, een voor Nederland vrij uniek gebied, is een heleboel moois te zien. Veel graslanden zijn in ontwikkeling naar glanshaverhooiland en stroomdalgrasland, twee belangrijke habitattypen. Er zijn al veel bijzondere planten te vinden. De Hurwenense uiterwaard wordt beheerd door de agrarische natuurvereniging De Capreton. De graslanden worden gemaaid door boeren uit de omgeving, aangesloten bij De Capreton, en zij weiden er hun vee op. Deze samenwerking tussen de eigenaren van de gronden (Rijkswaterstaat en Staatsbosbeheer), De Capreton en de boeren werkt goed.

Bijzondere planten

Cyril Liebrand, de ecoloog die vandaag meegaat, wijst ons al snel enthousiast op een aantal bijzondere planten, zoals de beemdkroon. De knautia bij is een solitair levende wilde bij en is zeer afhankelijk van de beemdkroon, een plant die veel nectar bevat. De bijen zijn vooral actief in de maanden juni en juli. Ook komen we in het kruidenrijke grasland kruisdistel, kleine veldsla en knolboterbloem tegen. Deze laatste is een goede indicatie dat de gronden geschikt zijn voor glanshaverhooiland. Hommels schuilen graag onder de grote roze bloem van de knikkende distel. Op de hoge zandige koppen zien we sikkelklaver, een van de twee naamgevers van de plantengemeenschap van sikkelklaver en zachte haver. Ook zachte haver is ruimschoots aanwezig.

Knolboterbloem
Sikkelklaver
Beemdkroon
Oosterse of Gele morgenster

Vandaag bezoeken we de uiterwaard met Theo van Goch (coördinator van De Capreton), Gijsbert Smit (stichting Dorp en Landschap), Cyril Liebrand (ecoloog) en Danielle van Vonderen (weidevogelvrijwilliger bij De Capreton). Theo is verantwoordelijk voor het beheer van de uiterwaard en stemt de werkzaamheden af met de vier boeren die het daadwerkelijke beheer uitvoeren.

Gijsbert en Cyril kennen het gebied erg goed en staan De Capreton in het beheer bij met hun gebieds- en soortenkennis.

Theo, Gijsbert en Cyril in het gebied

Ontwikkeling van het gebied

De Hurwenense uiterwaard is een gevarieerd gebied waarin landbouw, natuur en hoogwaterberging naast elkaar voorkomen. In 2002 is het startsein gegeven voor de herinrichting van de uiterwaard. Doel was verbetering van de natuurkwaliteit in het natuurgebied de Kil, verbetering van de waterkwaliteit van de Waal en verbetering van de leefomstandigheden van diverse plant- en diersoorten. In 2015 is de herinrichting afgerond en is De Capreton betrokken bij het beheer.

In het noorden van de Hurwenense uiterwaard en dus aan de zuidkant van de Waal is een meestromende nevengeul aangelegd. De nevengeul zorgt voor schoon en gezond water en een beter leefmilieu voor diverse plant- en diersoorten, met name voor stromingminnende vissoorten in de Waal. Juvenielen van barbeel en elft en veel andere vissoorten voelen zich er thuis en verstoppen zich tussen de wortels van wilgen. Op het moment slibt de geul langzaam dicht met zand en de geul heeft nu vooral een functie als natuur. In het midden vormt zich een eilandje.

Nevengeul met eilandje

De aanleg van de nevengeul heeft plaatsgevonden binnen de Kaderrichtlijn Water, een Europees programma om de (ecologische) waterkwaliteit van binnenwateren te verbeteren. Daarnaast draagt het project ook bij aan de ecologische doelstellingen van het Europese Natura 2000-programma.
Het ruim 100 ha grote gebied  bestaat eigenlijk uit twee delen, het zuidelijke deel met natuur en agrarische percelen en de Kil van Hurwenen in het noorden met natuur.

De Kil bestaat voornamelijk uit graslanden in verschillende stadia van ontwikkeling. Sommige delen zijn in ontwikkeling naar glanshaverhooiland of stroomdalgrasland (op de hogere delen). Eerder waren de gronden agrarisch in beheer en werden bemest. De gronden zijn ca. 6 jaar geleden uit de landbouw gehaald en de ontwikkeling gaat snel. Dat komt door de grondsoort. Het is een lichte bodem met kalkrijke en redelijk voedselarme zandgrond. Bij het achterwege laten van bemesting verschraalt deze bodem snel. Al snel ontwikkelt zich een soortenrijkere vegetatie. Doordat de vegetatie productie-armer is  blijven de planten lager en is de begroeiing meer open. Op kleigrond gaat zo’n ontwikkeling vele malen trager.

Ecologen zijn zeer enthousiast over de ontwikkelingen van de graslanden in dit gebied. Omdat sommige delen overstroomd worden en sommige delen niet, doordat ze hoger of lager liggen, ontstaan er in het gebied verschillende biotische omstandigheden. Hiermee verschilt dus de begroeiing.

Hogere stroomrug met de Waal erachter

Beheer

Het beheer wordt gevoerd conform de Natuurdoeltypen zoals aangegeven door provincie Gelderland. Delen bestaan uit kruidenrijk grasland en delen bestaan uit ontwikkeling naar glanshaverhooiland en stroomdalgrasland. De beheermaatregelen worden aangepast voor elk stuk, gekeken wordt of het om ontwikkelings- of instandhoudingsbeheer gaat. Praktisch gezien betekent het dat de percelen beheerd worden door middel van maaien (hooien) en eventueel nabeweiden, of door extensieve seizoenbeweiding door Gelders vee. Voor de stukken worden verschillende maaidata aangehouden. De meeste stukken worden na 15 juli gemaaid, andere stukken later, na 15 augustus. De vele kruiden zijn goed voor de gezondheid van de koe. Ze kunnen de planten eten die ze nodig hebben, de keuze is er. De meidoornhagen in het gebied mogen vrij uitgroeien.

Jongvee in de uiterwaard

Recreatie

Bezoekers weten het natuurgebied goed te vinden. De Capreton zou graag meer aan voorlichting doen en uitleggen hoe bijzonder het gebied is. Hoe we ermee om dienen te gaan en de natuur met respect te behandelen.

Samenwerking

In het gebied wordt samengewerkt door verschillende partijen om het beheer op de meest optimale manier uit te kunnen voeren. Theo legt uit hoe dat gaat. Begin van het jaar heeft De Capreton een overleg met Rijkswaterstaat en Staatsbosbeheer, de twee grondeigenaren. Er wordt geëvalueerd over het afgelopen jaar en afspraken gemaakt voor het komende jaar. Ecoloog Cyril en Gijsbert van stichting Dorp en Landschap geven met hun gebieds- en soortenkennis hun adviezen mee. De Capreton maakt afspraken met de vier boeren die het praktische beheer uitvoeren. De boeren zijn dan verantwoordelijk voor hun in gebruik zijnde percelen. Zij zorgen dus voor het maaien, beweiden en klein onderhoud. Theo gaat in het groeiseizoen ca. 2 keer per maand het terrein in om te kijken of alles goed gaat. Jaarlijks wordt een schouwronde uitgevoerd met de grondeigenaren waarbij een ronde door het gebied gemaakt wordt.

De Capreton, de ecoloog en stichting Dorp en Landschap werken dus samen voor een goede aansturing van het beheer.

Theo, Gijsbert en Cyril hebben verschillende invalshoeken. Theo legt uit dat dit juist fijn is, want zo kun je zaken op verschillende manieren bekijken en tot de beste oplossing komen. Ook zijn er ‘extra ogen’ aanwezig in het gebied. Theo is dan de schakel naar de boeren die het daadwerkelijke beheer uitvoeren. Gijsbert verteld hoe belangrijk het is om samen te werken en de omgeving bij het gebied te betrekken. Zo ontstaat er waardering voor het gebied en spreken mensen elkaar aan. Cyril bekijkt het gebied vanuit ecologisch gezichtspunt: welke natuur past bij dit gebied en hoe is deze optimaal te ontwikkelen? Een methode om het waardevolle en kwetsbare stroomdalgrasland optimaal te beheren is het uitrasteren ervan zodat er op het gebied binnen het raster een uitgekiend, specifiek beheer kan worden toegepast.

Meidoorn struiken mogen vrij uitgroeien

Waardmanschap

In het gebied wordt het concept ‘waardmanschap’ uitgevoerd. Gijsbert Smit liep al lang met dit idee rond en nu hebben ze dat in de Hurwenense uiterwaard in praktijk gebracht. Stichting Dorp en Landschap heeft een vorm van waardmanschap voor het gebied ontwikkeld. De ‘waardman’ (in dit geval De Capreton/Theo) is iemand die de zorg voor de uiterwaard heeft en daar het beheer organiseert voor een grote grondeigenaar. Iemand die het gebied op z’n duimpje kent. De waardman zoekt agrariërs en/of aannemers om het beheer uit te voeren.

Dit concept is goed uit te rollen in andere uiterwaarden. De veelal grote grondbezitters zitten zelf ver weg van de terreinen. Terwijl de lokale agrarische natuurverenigingen in het gebied zitten en veel lokale contacten hebben. Zij kunnen het beheer dus van dichtbij regelen.

Voor het concept ‘waardmanschap’ kan een bijzondere vorm van kwaliteits- en omgevingsmanagement gebruikt worden: de kwaliteitsschouw. Dit houdt in dat minimaal jaarlijks met belangrijke stakeholders een rondgang in het terrein gemaakt wordt, waarbij uitwisseling van ervaringen en meningen plaatsvindt. Daarna worden op basis daarvan afspraken gemaakt voor het beheer in het komende jaar. De stakeholders zijn in elk geval de waardman, een vertegenwoordiger van de grondeigenaar(s), de uitvoerders van het beheer, een deskundig ecoloog/beheerdeskundige die met name de niet-agrarische functies bewaakt, omgevingspartijen die belangen hebben in het gebied.

Met name de inbreng van de omgevingspartijen is van belang om voeling te houden met de wensen vanuit de omgeving en de doelen voor het gebied die zijn geformuleerd, bijvoorbeeld bij herinrichting of in een beheerplan of visie voor het gebied. Vooral als die doelen helder zijn vastgelegd in een bestemmingsplan, omgevingsvisie, inrichtingsplan, beheerplan of in het beheercontract, kan er goed mee rekening worden gehouden. Voorbeelden van omgevingspartijen zijn diverse overheden zoals provincie (bijv. voor natuur), gemeente (bijv. bij recreatie of openbare orde), Rijkswaterstaat (bijv. voor ruwheid van de vegetatie in het kader van doorstroming rivierwater), waterschap (beheer dijken en watergangen), boa of andere toezichthouders/handhavers. Andere omgevingspartijen zijn bewoners van het gebied en naaste omgeving, natuurorganisaties (wetlandwacht, IVN, andere lokale gebiedsdeskundigen), wildbeheereenheden, organisaties of individuen met recreatieve belangen, vertegenwoordigers van bijzondere functies. Het is van belang dat deze omgevingspartijen een inbreng in het beheer kunnen hebben en zich gehoord weten. Ze hebben echter geen directe zeggenschap in het beheer.

Kruidenrijk grasland in ontwikkeling naar glanshaverhooiland

In de Hurwenense uiterwaard wordt dus al gewerkt met het concept ‘waardmanschap’. Dit bevalt alle partijen goed. Dit kan een voorbeeld zijn voor het beheer van andere uiterwaarden. Ben je eens in de buurt, breng dan een bezoekje aan dit bijzondere gebied!

Alle foto’s zijn gemaakt door Danielle van Vonderen.